Mijn rapbattle met Opgezwolle

Het jaar was 2000. Ik stond stokstijf op het podium van Hedon, het Paradiso van Zwolle. Ik had brutaal een demo ingestuurd naar de Grote Prijs van Nederland en was prompt in de regiofinale R&B/Hiphop beland. Ik had een dj opgetrommeld en mijn theaterbluesband overgehaald om met me mee te spelen. En nu was het zo ver: we gingen voor het eerst mijn rapnummers live uitvoeren. 'Dames en heren: Repelsteel!'

De eerste beats klonken, ik sprong naar voren en begon als een bezetene te rappen. Elke maat weer hopend dat ik geen woorden vergat. De bassist slapte erop los, lekker funky op de eerste tel.  De gitaren en de scratches zochten nog naar houvast. Het zal ongetwijfeld chaotisch hebben geklonken. Maar we gingen ervoor.

Felle ogen
Mijn teksten waren Nederlandstalig. Daarmee was ik de enige artiest die avond die in zijn moerstaal rapte of zong. En dat viel op. Een zekere gast in donkere kleren kwam tijdens de show vlak voor het podium staan. Hij was duidelijk bezig mijn teksten te analyseren. Zijn ogen waren fel en keken mij recht aan. De hele tijd.

Agressieve luistervink
Toen ik in een freestyle over Zwolle begon, begon hij te schreeuwen en te wijzen. 'Zwolle, deze zaal is voor mij een volle', rapte ik. 'Ik laat je hoofd tollen, ik laat je oogbollen rollen.' De jongen had duidelijk het idee dat ik hier geen mooie sier moest maken door zijn woonplaats in mijn rijms te gebruiken. Ik ging zo netjes mogelijk door met ons rommelige optreden, maar ik merkte dat deze agressieve luistervink op rij 1 met zijn disses toch aardig op mijn zenuwen begon te werken.

Staartje
De laatste klanken klonken, de tijd was op. Helaas bleek ons optreden achteraf niet overtuigend genoeg om een plek in de landelijke finale te veroveren. Die eer ging naar een funky R&B-band met een zangeres. En terecht. Maar wat ik niet besefte, was dat deze avond nog een interessant staartje zou krijgen.

Enkele biertjes later liepen we naar buiten. Op weg naar de auto hoorden we een paar luidruchtige jongens naderen. Verrek, dat was die gast in zijn zwarte hoodie, die druk stond te doen vlak voor het podium. Één van zijn vrienden had een pet op en een felgekleurd Yankees-jack aan. Al gauw begon het tweetal te rappen en te brullen.

Vette rijms en slappe lach
Ze daagden me uit tot een battle ter plekke. Nou ben ik niet zo'n battle-rapper, maar ik deed een paar korte regels waarin ik de jongen met de pet steevast 'Jan-Kees' noemde: dat stond immers op zijn jack. De ander probeerde ik weg te zetten als een 'ghostface killah' die vanuit de schaduwen opereert. Vervolgens sloopten zij erop los met vette rijms, ze maakten elkaars zinnen af en ze flowden als een malle.

Ik bedankte de heren voor deze clinic, maar ik denk dat ze mij niet eens meer hoorden. Ze belandden in een slappe lach, waarschijnlijk vanwege bepaalde rookwaar die zij genuttigd hadden. Wij stapten in de auto en de rappers vielen elkaar schaterlachend in de armen. Ik heb niet de illusie dat Ghostface en Jan-Kees zich hier nog iets van herinneren.

Jochies op tv
Maar goed, een paar maanden later zag ik diezelfde gasten in een clip op televisie langskomen, rappend over pretsigaretten. Ze kwamen inderdaad uit Zwolle en ze noemden zich Rico en Sticky Steez. Leuk dat die jochies aan de weg timmerden! En langzaam maar zeker ging het mij dagen dat ik die avond in 2000 buiten Hedon de degens had gekruist met misschien wel de beste rappers van Nederland: Opgezwolle.

Mijn loopbaan als rapper heb ik sindsdien op een zijspoor gezet. Na mijn studie journalistiek belandde in de bedrijfscommunicatie, waar ik veel van mijn creativiteit kwijt kan. Daarnaast schrijf ik songteksten en gedichten, ik zing in een kleinkunstduo en speel improvisatietoneel. Rappen doe ik soms nog voor de lol.

Regenboog boven het podium
Toen ik tijdens het festival Into The Great Wide Open 2013 de heren van Opgezwolle samen met Typhoon zag optreden, merkte ik dat mijn oudste zoon heel enthousiast werd. Ik zette hem op mijn rug en we hebben gedanst, gesprongen, 'Typhoon Bumayé' geroepen en vol bewondering staan kijken naar de strakke show. Sticks en Rico maakten elkaars zinnen af, dropten een a capella freestyle en flowden nog steeds als een malle. De heren deden alles om er een onvergetelijk concert van te maken. Toen er vervolgens een enorme regenboog boven het podium verscheen, was ik ervan overtuigd: dit moest zo zijn. Ze lieten mijn hoofd tollen, ze lieten mijn oogbollen rollen. Ik stond heerlijk in het publiek bij die fijne jochies van Opgezwolle.

Beste Ghostface en Jan-Kees oftewel Rico en Sticks, ik wens jullie alle goeds toe in jullie loopbaan. Jullie zijn van ver gekomen en jullie zijn er nog lang niet. Er staan jullie ongetwijfeld nog een hoop hoogtepunten te wachten. Maak van elke dag wat onvergetelijks. Geniet!

De vriendelijke groeten van MC Repelsteel, de vergeten rapper. Zeg maar gewoon Vincent Mirck.

© 2016, Vincent Mirck
Lees meer over mijn muziek.

Foto: de regenboog boven het podium tijdens ITGWO 2013, mijn zoon en ik




Vincent Mirck